Een praktische uitleg over de boekhoudkundige verwerking onder de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, door Forvis Mazars.

Auteur
Director Audit & Accounting Advisory
Forvis Mazars Nederland
Veel bedrijven die een virtueel aandelenplan hebben opgezet voor hun medewerkers vragen zich af of en hoe deze verwerkt dient te worden in de boeken.
Denk aan: welk hoofdstuk uit de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving is van toepassing? Hoe classificeer je de regeling, en wat betekent dat voor de balans en resultatenrekening?
In dit artikel deelt expert, Renick van Oosterbosch, hoe virtuele aandelenplannen onder Nederlandse verslaggevingsregels worden verwerkt en welke aandachtspunten daarbij komen kijken.
Samengevat:
De juiste verwerking hangt af van de aard van de regeling (virtueel dividend of SAR) en de gekozen afwikkelingsvorm. Bij SARs ontstaat doorgaans een voorziening op de balans, gewaardeerd tegen reële waarde en opgebouwd over de wachtperiode.
Virtuele aandelen geven werknemers recht op een bonus die gebaseerd is op de waardestijging van de onderliggende aandelen van het bedrijf (zogenaamde Share Appreciation Rights of SARs) of op een virtueel dividend wanneer een bedrijf winst maakt.
In tegenstelling tot traditionele aandelenopties, krijgen werknemers geen eigendom of stemrecht in het bedrijf bij uitoefening van hun rechten. Ze profiteren van de waardestijging of delen in de winst, zonder de risico's van aandeelhouderschap.
Verslaggevingskader
Voor een juiste verwerking van virtuele aandelen in de jaarrekening is een goed begrip van de aard van de regeling en de voorwaarden die daaraan verbonden zijn, essentieel. De eerste stap is het bepalen welk hoofdstuk uit de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving van toepassing is.
Bij een toekenning van een virtueel dividend, waarbij een personeelslid het recht krijgt om een contant bedrag te ontvangen wanneer het bedrijf winst maakt en aan bepaalde vooraf gedefinieerde voorwaarden is voldaan, kwalificeert dit als een winstdeling of bonus die binnen de werkingssfeer van RJ 271 Personeelsbeloningen valt. De onderneming dient een virtueel dividend als last in de winst-en-verliesrekening te verantwoorden en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans op te nemen, in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht.
Daarbij dient te worden bepaald of een verplichting tot betaling is ontstaan op of vóór de balansdatum en of een betrouwbare schatting van de verplichting kan worden gemaakt.
Bij SARs is, in tegenstelling tot bij een virtueel dividend, sprake van een virtuele aandelenwaarde die afhankelijk is van de ontwikkeling van de waarde of prijs van de onderliggende aandelen. Indien de SARs worden uitgegeven aan personeel in ruil voor arbeidsprestaties dan dienen deze verwerkt te worden op basis van RJ 275 Op aandelen gebaseerde betalingen. In het navolgende gaat dit artikel verder in op deze verwerking.
Vergelijking
Sleep de schuif om de virtueel-dividend-kolom over de bredere SARs-kolom heen te schuiven
| Attribute | Virtueel dividend | Share Appreciation Rights |
|---|---|---|
Toepasselijke richtlijn Grondslag Afwikkeling Balansverwerking Kostenverwerking Waardering balansdatum Share Appreciation Rights RJ 275 Op aandelen gebaseerde betalingen Waardestijging onderliggende aandelen Doorgaans cash Voorziening tegen reële waarde Lineair over de wachtperiode Reële waarde, herzien per balansdatum Virtueel dividend RJ 271 Personeelsbeloningen Winstdeling of bonus Cash bij winst Verplichting voor zover niet uitbetaald In periode van arbeidsprestatie Betrouwbare schatting van verplichting | ||
Toepasselijke richtlijn Virtueel dividendRJ 271 Personeelsbeloningen Share Appreciation RightsRJ 275 Op aandelen gebaseerde betalingen |
Grondslag Virtueel dividendWinstdeling of bonus Share Appreciation RightsWaardestijging onderliggende aandelen |
Afwikkeling Virtueel dividendCash bij winst Share Appreciation RightsDoorgaans cash |
Balansverwerking Virtueel dividendVerplichting voor zover niet uitbetaald Share Appreciation RightsVoorziening tegen reële waarde |
Kostenverwerking Virtueel dividendIn periode van arbeidsprestatie Share Appreciation RightsLineair over de wachtperiode |
Waardering balansdatum Virtueel dividendBetrouwbare schatting van verplichting Share Appreciation RightsReële waarde, herzien per balansdatum |
Classificatie
Op aandelen gebaseerde betalingsregelingen zijn over het algemeen in te delen in twee categorieën:
SARs vallen doorgaans onder de tweede categorie omdat afwikkeling meestal plaatsvindt door middel van een cash bonusbetaling. Zorgvuldigheid dient te worden betracht als er meerdere alternatieven zijn voor de afwikkeling: als de onderneming het recht heeft en niet de plicht om de regeling in liquide middelen af te wikkelen, dient de regeling te worden verwerkt als een betaling die wordt afgewikkeld in eigen-vermogensinstrumenten.
Indien de onderneming wel kan worden verplicht tot afwikkeling in liquide middelen, dan dient de regeling te worden verwerkt als een betaling die wordt afgewikkeld in liquide middelen.
Het onderscheid tussen beide typen regelingen bepaalt de verwerking: bij regelingen die worden afgewikkeld in eigen-vermogensinstrumenten wordt de reële waarde van de tegenprestatie verwerkt in het eigen vermogen, en bij regelingen die worden afgewikkeld in liquide middelen wordt een verplichting verwerkt op de balans. Deze verplichting wordt geclassificeerd als een voorziening omdat de omvang en het moment van afwikkeling van de verplichting onzeker zijn.
Het is belangrijk te realiseren dat deze voorziening niet binnen het toepassingsgebied van richtlijn 252 Voorzieningen, niet in de balans opgenomen verplichtingen en niet in de balans opgenomen activa valt: De waarschijnlijkheid van de afwikkeling van de verplichting is in tegenstelling tot een reguliere voorziening niet relevant voor de vraag of deze op de balans verwerkt moet worden, alleen voor de bepaling van de omvang van de verplichting.
Voorwaarden
Er kunnen velerlei verschillende condities verbonden zijn aan een op aandelen gebaseerde betaling. Voor een correcte verwerking is het essentieel deze condities goed te begrijpen en zorgvuldig te analyseren. RJ 275 onderkent twee soorten voorwaarden:
Waardering
De essentie van verwerking van op aandelen gebaseerde betalingen is dat de (personeels)kosten worden verwerkt wanneer de arbeidsprestaties/diensten worden ontvangen. De overeenkomstige opboeking van de verplichting moet resulteren in een voorziening die elke balansdatum tegen de reële waarde is gewaardeerd.
"De (personeels)kosten worden verwerkt wanneer de arbeidsprestaties/diensten worden ontvangen."
Renick van Oosterbosch
De verplichting wordt opgebouwd gedurende de wachtperiode en de resulterende kosten worden lineair in de winst- en verliesrekening verwerkt. Uiteindelijk wordt het cumulatieve bedrag van de last gebaseerd op de toegekende SARs die onvoorwaardelijk worden, vermenigvuldigd met de toename in de bedrijfswaarde ten opzichte van de startwaarde.
Het bepalen van de omvang van de verplichting brengt mee dat op elke balansdatum door het management een inschatting dient te worden gemaakt van het aantal SARs dat naar verwachting onvoorwaardelijk zal worden. Afhankelijk van de prestatiegerelateerde voorwaarden zal het management verder inschattingen moeten maken van bijvoorbeeld:
Deze kansen zijn van invloed op de verwerking van de kosten in de winst- en verliesrekening en de omvang van de verplichting op de balans.
Bij het bepalen van de reële waarde van de verplichting dient rekening te worden gehouden met prijsgerelateerde voorwaarden. Bij SARs dient daarom op elke balansdatum een inschatting te worden gemaakt van de reële waarde van (de aandelen van) het bedrijf, teneinde de waardestijging ten opzichte van de startwaarde te bepalen.
Andere aandachtspunten bij het bepalen van de reële waarde zijn de inschatting van het tijdspad tot afwikkeling, en het verdisconteren van die kasstromen naar de balansdatum, met de bepaling van de bijbehorende rentevoet.
Bijzondere situaties
RJ 275 is niet direct van toepassing op kleinere ondernemingen die de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving voor micro- en kleine rechtspersonen toepassen. In hoofdstuk B14 Personeelsbeloningen wordt voor de verwerking van aandelenoptieregelingen doorverwezen naar RJ 275.
In de praktijk wordt deze bepaling breed gelezen: ook andere op aandelen gebaseerde betalingen, zoals SARs, vallen eronder. Daarmee gelden voor micro- en kleine rechtspersonen dezelfde verwerkingseisen, maar met beperktere toelichtingsvereisten.
RJ 275 bevat een uitzonderingsbepaling voor dochterondernemingen binnen een groep. Indien de op aandelen gebaseerde betaling aan personeel van een dochter wordt geïnitieerd of afgewikkeld door de moeder, dan hoeft de dochter de vereisten van RJ 275 niet toe te passen. De voorziening voor de gehele groep wordt dan op de balans bij de moeder verwerkt.
Bij IFRS-jaarrekeningen is IFRS 2 Share-based payments van toepassing. Behoudens enkele specifieke uitzonderingen is de verwerking gelijk aan RJ 275, maar IFRS 2 geeft meer richtsnoeren over de toepassing van de vereisten.
De correcte verwerking van een virtuele aandelenregeling in de jaarrekening is bepaald niet eenvoudig, in het bijzonder wanneer een regeling kwalificeert als een op aandelen gebaseerde betaling. Afhankelijk van de voorwaarden, de specifieke omstandigheden of de structuur van de groep, en de benodigde bedrijfswaardering bij SARs, kan het raadzaam zijn om u te laten adviseren door een specialist.
Kennisbank
Stel eenvoudig een plan op dat past binnen RJ 271, RJ 275 of IFRS 2, en houd je administratie op orde.
We use cookies to optimize your experience. We use analytical and tracking cookies for this. Cookie Statement.